ALQUIN
Alquin wordt in 1971 opgericht door vier studenten van de Technische Universiteit in Delft. De naam komt het klooster waar de groep repeteert. De originele bezetting bestaat uit Ronald Ottenhof, Dick Fransen, Job Tarenskeen en Ferdinand Bakker, Hein Mars en Paul Weststrate.
Tussen 1971 en 1977 is Alquin een van de meest toonaangevende en populairste progressieve rockgroepen van Nederland. De voornamelijk instrumentale muziek is een mengeling van pop, klassiek en jazz. Na een succesvol optreden in Paradiso en veelbelovende demo's krijgt de groep een contract bij Polydor. Het door Hans van Oosterhout geproduceerde debuutalbum 'Marks' met de nummer 'Oriental journey' en 'The least you could do is send me some flowers' verschijnt eind 1972.
1973 is voor Alquin het jaar van de grote doorbraak. De groep wordt door de lezers van Muziekkrant Oor uitgeroepen tot 'meest trendsettende band' en ze geven een uitstekend visitekaartje af tijdens het Pinkpopfestival. Als klap op de vuurpijl maken ze een tournee door Groot-Brittannië waarbij ze onder meer optreden in de beroemde Cavern in Liverpool en in de Londense Marquee Club, en zijn ze live te zien in het tv-programma Old Grey Whistle Test. Met de Britse producer Derek Lawrence (bekend van onder meer Deep Purple) nemen ze het album 'The mountain queen' op. De plaat wordt in symfonische kringen gezien als een album van internationale allure. Alquin gaat dan ook in 1974 elders buiten de landsgrenzen furore maken, met optredens in Duitsland en Engeland en in Frankrijk (in het voorprogramma van The Who).
Na de tour volgt er met de komst van zanger Michel van Dijk, bekend van Les Baroques, Ekseption en Brainbox, een radicale koerswijziging. De nieuwe Alquin is minder symfonisch en meer rock. De nummers zijn steviger en bondiger. Na de opnamen van het derde album 'Nobody can wait forever' neemt Job Tarenskeen de plaats van Paul Weststrate in achter de drums. De plaat, wederom in Engeland opgenomen, ditmaal onder productionele leiding van Rodger Bain, is een commercieel succes. Het album wordt zelfs in de Verenigde Staten uitgebracht. Met de single 'Wheelchair groupie' bereikt Alquin in april 1975 voor het eerst de Tipparade en het album staat maandenlang hoog genoteerd in de hitlijsten. Bassist Hein Mars wordt vervangen door Jan Visser, bekend van de George Baker Selection en de Dizzy Man’s Band. Alquin begint samen met producer Vic Smith aan de opnamen van het laatste studioalbum van de groep, 'Best kept secret' uit 1976. Dit is een nogal Amerikaans getinte, funky plaat. De single 'Fool in the mirror' komt niet verder dan de tipparade, maar het album is even succesvol als diens voorganger. Crash Na de tweede Holland Tour, waarvan het dubbelalbum 'Alquin on tour' wordt uitgebracht worden ze in de Oor-Poll nog wel uitgeroepen tot Beste Nederlandse Groep, maar Alquin neemt in 1977 afscheid met het compilatie-album 'Crash', een verzameling van hun bekendste nummers. Na de breuk formeren Job Tarenskeen en Ferdinand Bakker The Meteors. Michel van Dijk neemt in 1979 met Golden Earring bassist Rinus Gerritsen een plaat op.
In 1995, 18 jaar na het afscheid, verzorgen Van Dijk, Bakker, Franssen, Tarenskeen en Ottenhof, aangevuld met Dick Schulte-Nordholt, een succesvol en uitverkocht reunie-concert in Delft, in 1996 gevolgd door een korte tournee langs de Nederlandse podia. In 2003 komt de DVD en dubbel-cd One More Night uit, nadat de band opnieuw een meer dan succesvolle tournee achter de rug had, met Walter Latupeirissa op bas. Deze successen inspireren de bandleden om een nieuw album op te nemen. De cd heet Blue Planet en wordt in september 2005 bij Universal uitgebracht. Tevens brengt Universal een driedubbel cd The Ultimate Collection uit, met de belangrijkste stukken uit het Alquin repertoire. In 2007 volgt een door Mojo georganiseerde theatertour.
In 2007 starten ook de opnames voor het nieuwe album van Alquin. Na twee jaar van schrijven en componeren is dit album nu af.
www.alquin.org